Even een stapje terug. Digitale soevereiniteit betekent dat jij de controle hebt over je data en technologie. Je bepaalt bijvoorbeeld waar je data staat en daarmee onder welke wetgeving die valt. En je houdt de regie als je samenwerkt met leveranciers, met duidelijke afspraken over privacy, security en transparantie. Zo bescherm je het hart van je organisatie.
Dat is superbelangrijk, zeker nu de spanningen in de wereld toenemen. Zo was het jarenlang echt een heel goed idee om software uit Amerika te gebruiken. De kwaliteit was superieur en Amerika was een trouwe bondgenoot.
Dát is dus niet meer automatisch zo. Ja, die superieure kwaliteit wel, maar kunnen we Amerika wel vertrouwen? Is dit land eigenlijk nog wel een bondgenoot? Dat kun je je afvragen. Zeker nadat Trump op een achternamiddag bedacht om via Microsoft de mailbox van de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag plat te leggen.
Ik ben niet de enige die zich dit afvraagt. Bijna alle gesprekken die ik met bedrijven en zorg- of overheidsorganisaties voer, gaan ook over digitale soevereiniteit. En bijna allemaal hebben ze er een flinke kluif aan.
Begrijpelijk. Allereerst omdat het een óngelofelijk groot onderwerp is. Elke dienst en elk product waar een computer aan te pas komt, hangt ermee samen. Dat is dus zo’n beetje alles.
Daarnaast is de wereld vaak niet wat ie lijkt. Je denkt bijvoorbeeld dat je zaken doet met een Nederlands bedrijf, omdat het bedrijf is opgericht in Nederland, of vestigingen heeft in Nederland. Maar als je dan dieper in de eigendomsstructuur duikt, zie je dat zo’n bedrijf inmiddels gewoon in Amerikaanse (private equity) handen is.
Bovendien is software niet één ding. Het bestaat uit verschillende componenten. Kijk maar eens in je iPhone onder instellingen – algemeen – juridische informatie en regelgeving. Je schrikt hoe lang je moet scrollen voordat je álle onderdelen gezien hebt. En dan moet software ook nog ergens op draaien. En wie heeft dat dan weer gemaakt? Zit er een achterdeur in? Kunnen anderen je datacenter stilleggen?
Ik bedoel maar.
Wij hebben het geluk dat we altijd al het beste jongetje van de klas wilden zijn. Bij AFAS werken we vanaf het allereerste begin waardegedreven. Onze servers staan in Europa, we gebruiken geen spul dat eigenlijk niet deugt, en we bouwen onze software zelf, dus we weten precies wat er in zit, en hoe we dat gebruiken.
Bovendien zorgen we dat onze klanten zelf de baas blijven over hun data. Ze kunnen hun gegevens eenvoudig exporteren in een open format, of koppelen met andere software (moeten ze dan wel veilig doen natuurlijk 😊). Overstappen naar een andere leverancier kan zonder extra kosten of beperkingen.
Da’s allemaal mooi, maar daarmee zijn we er niet. Sterker nog: het halen van absolute digitale soevereiniteit is onrealistisch (kijk maar even weer in je iPhone).
Het is iets waar je aan moet blijven werken. Dat begint met uitzoeken wat de risico’s voor jou zijn (bijvoorbeeld wie de échte eigenaar van jouw software is, en waar jouw data precies staat) en zorgen dat je de juridische afspraken met die partijen goed in beeld hebt. Maak vervolgens keuzes, dek risico’s af en neem digitale soevereiniteit standaard mee bij ontwikkelingen en innovaties in je organisatie.
En hier wordt het interessant, want dit betekent ook meteen dat je het over dilemma’s moet hebben.
Neem AI. De Amerikaanse producten zijn echt nog lichtjaren beter dan de Europese. Kies je dus voor méér digitale soevereiniteit, dan kies je automatisch ook voor mínder functionaliteiten of performance. Dat zijn interessante kwesties. Ook binnen ons bedrijf. En daar zijn we alweer druk mee bezig.
Hoe ver (of niet ver) je ook bent: digitale soevereiniteit is iets om goed over na te denken en om het met elkaar als Nederlandse bedrijven over te hebben. Wij delen alvast graag onze ideeën. Zodat we van elkaar kunnen leren. Én samen duurzaam succesvol kunnen zijn.