Er zijn nog meer mensen die lekker aan de bak kunnen met Profit, InSite, OutSite en AFAS Pocket, want je kunt Profit nu ook gebruiken in de talen Spaans, Italiaans, Portugees, Pools en Papiamentu. De beheerder bepaalt welke talen feitelijk mogen worden gebruikt in de omgevingsinstellingen. In Profit wissel je van gebruikerstaal door op je foto (rechtsboven) te klikken.
Dze uitbreiding beperkt zich niet tot de interface. Je kunt de nieuwe talen bijvoorbeeld ook gebruiken in rapporten, berichtsjablonen, je eigen omschrijvingen van stamgegevens, workflowtaken- en acties, berichtsjablonen etc.
De nieuwe RapportGenerator barst van de nieuwe functionaliteit. Een greep uit de mogelijkheden:
En er is nog veel meer, zie verder het volledige overzicht in het Help Center.
Je kunt de rapporten van de nieuwe RapportGenerator nu ook gebruiken voor verstrekkingen, zoals loonstroken, jaaropgaven, aanmaningen, verkoopfacturen, projectfacturen, cursusbevestigingen, etc.
Als je een rapport van de nieuwe RapportGenerator hebt aangepast, dan koppel je dit op de juiste plaats. Bijvoorbeeld in de eigenschappen van een werkgever of verkooprelatieprofiel. Bij het afdrukken zal Profit het gekoppelde project afdrukken, ongeacht of dit met de oude of nieuwe RapportGenerator gemaakt is. Op basis van de eerste ervaringen durven we te stellen dat het verstrekken met de nieuwe RapportGenerator een stuk sneller gaat dan met de oude.
Je onderhoudt de huisstijlen nu via één centrale functie, namelijk Algemeen / Inrichting / Huisstijl. De standaardhuisstijl geldt voor de nieuwe RapportGenerator EN voor AFAS Pocket. Hiermee heb je dus één standaardhuisstijl die overal geldt.
Per huisstijl kun je een apart logo voor rapporten van de nieuwe RapportGenerator vastleggen. Hierdoor kun je per werkgever een apart logo gebruiken (voor loonstroken e.d.) en je hebt ook een apart logo per administratie (voor facturen e.d.). Als bij een werkgever of administratie geen specifieke huisstijl gekoppeld is, dan wordt de standaardhuisstijl gebruikt.
AFAS gaat IPv6 ondersteunen voor Profit, InSite, OutSite en de Profit-connectoren. Dit gebeurt niet na de overstap op Profit 8, maar op een nader te bepalen datum. Als je na deze datum over bent gestapt op Profit 8, dan kun je IPv6 gebruiken.
In Profit en op de AFAS Online portal kun je nu ook IP-restricties voor IPv6 opgeven.
Je kunt webhooks op dossieritems en workflows gebruiken voor koppelingen met externe applicaties. Met een webhook krijgt een externe applicatie automatisch een bericht wanneer er iets verandert: bij het toevoegen, wijzigen of verwijderen van een dossieritem, workflow of workflowreactie. Ook volgt er een bericht bij een workflowtaak of acties. Je hoeft dus niet meer zelf te controleren of er iets is gewijzigd; dankzij de real-time meldingen via webhooks is de externe applicatie altijd up-to-date en kun je processen slimmer en sneller laten verlopen.
mTLS (mutual TLS) is als beveiliging toegevoegd aan het gebruik van connectoren, omdat dit bij sommige partijen een vereiste is. Bij TLS moet de server zijn identiteit bewijzen. Bij mTLS werkt de beveiliging in twee richtingen: zowel de server als de client moet zijn identiteit bewijzen. Daarna volgt natuurlijk een check van de gebruikerstoken. Als dit allemaal lukt, kan de connector-call worden uitgevoerd. Om mTLS te gebruiken, leg je een mTLS-certificaat bij de app connector vast. Uiteraard moet je de connector-calls van je externe applicatie ook aanpassen.
mTLS is niet verplicht, je bepaalt zelf of je deze beveiliging wilt inzetten.
Met de Entra ID-koppeling synchroniseer je gebruikersgroepen en gebruikers van Profit naar Microsoft Entra ID. Als je een Profit-gebruikersgroep gekoppeld hebt aan een Entra-gebruikersgroep, dan worden wijzigingen automatisch gesynchroniseerd. Met deze koppeling voorkom je dubbel werk en houd je je gegevens in Entra ID up-to-date, op basis van Profit.
Je kunt je productieomgeving kopiëren als test- of acceptomgeving. Hierdoor zal de nieuwe omgeving ook privacygevoelige data bevatten, maar dit voorkom je door de nieuwe omgeving te pseudonimiseren. Bij het pseudonimiseren wordt data vervangen door zinnige testdata, waardoor de omgeving blijft functioneren en voor testdoeleinden gebruikt kan worden. Deze functionaliteit gebruikt een integratie tussen de tool DataFactory van Entrd en Profit.
De volgende gegevensverzamelingen zijn beschikbaar, zodat je data over de autorisatie kunt ophalen via GetConnectoren: